Overslaan en naar de inhoud gaan

In oktober 2018 zetten 11 Joker-medewerkers na een lange doch aangename vlucht hun eerste stappen op Colombiaanse grond.

Tijdens een korte, intense trip van Bogotá tot Medellín maakten ze kennis met het land van kunstenaars Márquez en Botero, inheemse koffie en muurschilderingen, koloniale steden, wonderbaarlijke vergezichten en de beruchte Pablo Escobar.

Collega’s Ben (vliegtickets) en Annick (productmanager groepsreizen) kwamen, zagen en genoten. En hoe…!

’The fridge’ Bogotá

Ben: Toegegeven, de vlucht duurt lang. Al is de stop in Madrid snel, en de trans-Atlantische vlucht naar Bogotá comfortabel, we zijn best wel even onderweg. Tot daar het slechte nieuws. Want vlak na de landing duiken we in onze taxi’s het drukke avondverkeer in van deze Zuid-Amerikaanse metropool.

Bogotá staat bol van de indrukken, boeit mateloos met haar omringende bergen en bruist van de energie. We besluiten dan ook direct deze te gaan opsnuiven in een plaatselijk café met onze eerste Club Colombia, het plaatselijke gerstenat. Voor alle duidelijkheid: meer dan energie hebben we er niet opgesnoven…

Annick: Een eerste avondlijke verkenning van Colombia’s hoofdstad laat ik aan mij voorbijgaan. Met 7 uur tijdsverschil loert een jetlag om de hoek en ik wil de komende dagen fris zijn om voluit van een stukje Colombia te kunnen genieten. Onze Colombiaanse gids noemt haar stad liefdevol ‘The fridge’ van het land. Weergevoelig als ik ben, denk ik ‘weg van hier’.

Club Brugge in Salento

Ben: Onze volgende stop is Salento. Na een korte binnenlandse vlucht naar Armenia (niet te verwarren met de republiek in de Kaukasus), bevinden we ons vrij snel in dit kleine doch gezellige koloniale stadje.

We beklimmen er de aangrenzende heuvel, over betegelde trappen omzoomd door een kruisweg, en genieten met volle teugen van het uitzicht over de vallei met haar kleurrijke stad. Alle huizen langs de hoofdweg en op het marktplein van Salento zijn bezet met beschilderde houten panelen, die de muren in lang vervlogen tijden beschermden tegen de modder van de ongeasfalteerde straten.

Annick: Salento is toeristisch en tal van kleine winkels en uitnodigende restaurants verleiden tot ontspanning en vertier. Mij spreken vooral de heldere kleuren van de huizen aan, zeker wanneer het ‘gouden uurtje’ zich aandient en het late zonlicht de kleuren een warme gloed geeft.

De Colombianen zelf, die lopen warm voor een partijtje voetbal van hun nationale ploeg tegen de Verenigde Staten. Terrassen en lokale bars lopen vol met supporters. Wanneer ex-Club Brugge-speler Bacca voor de 2-0 zorgt, gaan we even mee in enthousiaste omhelzingen, als betrof het onze eigenste Rode Duivels.

Volksspelen en Indiana Jones

Ben: De klepper van de regio volgt de volgende dag. Vroeg uit de veren vertrekken we vanop het marktplein met Amerikaanse legerjeeps uit de jaren ’50 naar de Cocoravallei. De rit is opwindend, in jeeps met open dak en Colombiaanse gidsen rechtstaand op de bumper.

Het is echter de wandeltocht doorheen de vallei die ons zal bijblijven. Naast de nationale boom van Colombia, de waspalm (die tientallen meters hoog kan worden), vindt men hier ook een adembenemend nevelbos. We wanen ons Indiana Jones op de hangbruggetjes over snelstromende rivieren, wandelend op rotspaden die door plaatselijke boeren met hun ezels uitgesleten zijn.

De kolibrie in levende lijve zien, en horen, is een waar genoegen. Deze vederlichte vogel, waarvan sommige exemplaren niet groter zijn dan een vinger, laat zich echter niet zo gemakkelijk vastleggen op camera. We zijn dan ook meer dan tevreden met onze rustpauze in de kolibrie-kijkhut halverwege de wandeltocht, en een deugddoende lunch van warme rietsuikerthee en een broodje.

Na het betere puf- en zweetwerk bereiken we het hoogtepunt van de Cocoravallei: het vista over talloze waspalmen middenin de bergen. ’s Avonds vinden we meer dan voldoende ontspanning in het nationale volksspel Tejo. Beeld je een kruising in van petanque met pétards, en je komt in de buurt.

Annick: Ik hou van uitzichten en in de verte turen. De heuvels met de befaamde waspalmen zijn dan ook helemaal mijn ding. Wat is het hier mooi. Ik sla ook het weetje van de dag op: palmbomen zijn geen bomen! Ook al hebben ze bladeren, een stam en wortels, de manier waarop ze groeien is niet zoals een boom, en daarom zijn het: planten. In het Spaans ‘palmera’, dat zorgt voor minder verwarring. Hoe dan ook, het is hier zo fotogeniek, de sfeer mystiek, hier wil een mens gewoon blijven.

Over zwart, welriekend goud

Ben: We zijn maar wat blij met de aankomst in de Hacienda Venecia, waar we de dag na de wandeling kunnen genieten van wat zuurverdiende rust. In deze prachtige villa – want een beter woord ken ik niet – genieten we ten volle van het lekkere eten en de vriendelijke bediening, van de hangmat met uitzicht over de bergen en uiteraard ook van het zwembad. Al moeten we daarvoor wel de onnoemelijk vroeg kraaiende hanen erbij nemen.

Later spijkeren we onze kennis over koffie bij in de naburige plantages en koffiedrogerijen. Aan de hand van een vakkundige gids leren we dat er veel meer aan dit zwarte goedje zit dan eerst gedacht. En dat mag geproefd worden!

Annick: Ik drink geen koffie, erger, ik lust het gewoon niet. Gelukkig kan ik het landschap vol koffieplantages wél smaken. Het zwembad ziet er verleidelijk uit maar eerst verken ik met een collega een aantal paden op het domein van de koffiefinca. Ze leiden naar de huisjes van de koffieplukkers van wie we te horen krijgen wat ze verdienen: een karig loon afhankelijk van de kilo’s koffiebonen die ze plukken.

De milde Colombiaanse koffie heeft haar weg naar het buitenland gevonden en dus dienen de bonen vooral voor de export. Op deze plek kunnen we de koffie echter wél proeven, maar ik laat het kopje aan mij voorbijgaan.

Het onnavolgbare Medellín

Ben: Na een paar dagen platteland is het hoog tijd om terug de sfeer op te snuiven in de stad. Na een prachtige rit over de Pan-Amerikaanse snelweg, die zo goed als heel Latijns-Amerika met elkaar verbindt en prachtige vergezichten afwisselt met volkse wegrestaurants, komen we aan in de tweede stad van Colombia: het onnavolgbare Medellín.

Van alle kenmerken die je deze stad kan geven, is onnavolgbaar wel degelijk de enige die haar mogelijk eer aan doet. Het is de enige stad in het land met een metro, en dat heb je nodig in een stad als deze. Ze werpt zich als het ware op de bergflanken in de vorm van wijken die elk hun eigen karakter hebben. Het hoofdplein laat zich tevens kenmerken door verschillende standbeelden van Fernando Botero, de wereldbefaamde kunstenaar uit Medellín.

Al was het interessantste uit dit stadsbezoek niet te danken aan Botero, maar aan die andere wereldbefaamde telg van de stad. Pablo Escobar is zo mogelijk beroemder dan zijn thuisstad, en dit om de meest twijfelachtige van redenen. De drugskoning bouwde zijn rijk uit vanuit dit deel van de wereld en heeft zijn stempel diep achtergelaten in de fundamenten ervan.

Annick: Pablo Escobar, onze Colombiaanse gids huivert wanneer ze zijn naam uitspreekt. Liever nog heeft ze het helemaal niet over hem. Wat heeft hij het land een slechte reputatie bezorgd! Drugs en geweld - ook de FARC, de communistische guerillabeweging was er niet vies van – hielden toeristen jarenlang op verre afstand.

Het enige risico dat je nu nog loopt is dat je uit Colombia niet meer weg wil, zo vertellen de gidsen. Colombia is een land in transformatie. Er is nog veel werk aan de winkel om de landbouwgronden helemaal coca-vrij te maken. Maar ons bezoek aan Comuna 13, een wijk in Medellín, getuigt dat het kan. In deze vroegere probleemwijk hebben geweren plaatsgemaakt voor kunstige graffiti, straatboefjes voor arty winkels en kunstenaars. Hip en trendy is het hier, zoals je het niet zou verwachten.

Ben: De dag nadien kunnen we genieten van een attractie van een heel andere orde. Een bezoek aan de bergdorpjes rond Medellín maakt ons wijzer over de silleteros. Deze stoelenmakers verzorgen jaarlijks een rijkelijk versierde optocht doorheen de straten van de stad, waarbij ze gigantische bloemstukken dragen op een omgebouwde stoel op hun rug. We bezoeken een plaatselijke familie die al generaties lang meegaat in deze traditie, en met plezier hun huis en tuin openen voor ons.

Een mooi voorbeeld alweer van de immense Colombiaanse gastvrijheid en trots op hun erfgoed.

Kaas in chocomelk

Na een korte binnenlandse vlucht bevinden we ons terug in Bogotá, waar we de laatste dag doorbrengen. We genieten er van de graffititour doorheen de hoofdstad.

Annick: Terug in Bogotá. De hoofdstad, de zogenaamde ‘fridge’, toont zich verrassend zonnig en warm. Opzij die vooroordelen, dit is een levendige stad. Het unieke systeem van aparte wegen voor bussen valt meteen op.

Ik hou van de kleurrijke straten en pleinen in de historische wijk La Candelaria, met prachtige graffiti overal, de Plaza Bolívar met kathedraal, het panoramische uitzicht op de stad van op de berg Monserrate dat we met een bergtreintje bereiken, en de prachtige stukken in goud in het Museo del Oro. Ja, ik hou zelfs van de plaatselijke specialiteit, kaas in chocolademelk, ook al verklaart iedereen mij gek.

Zin in een reis naar Colombia?

Vliegtickets? Een rondreis op maat?

Misschien is dit ook interessant voor jou?